Koloniaal profijt van de onvrije arbeid

39,90

Beschrijving

IIn een historisch onderzoek dat een herziening is van de koloniale geschiedschrijving, duikt prof. dr. Jan Breman in een van de zwartste bladzijdes van de Nederlandse geschiedenis. In Koloniaal profijt van onvrije arbeid: het Preanger stelsel van gedwongen koffieteelt op Java, dat meer dan dertig jaar onderzoek omspant, behandelt hij de werking en uitwerking van gedwongen koffieteelt onder de koloniale heerschappij, en de invloed op het maatschappelijk bestel in de hooglanden van West-Java. Hij laat zien hoe de VOC de inheemse landadel inschakelde als goedkope vorm van bestuur. Deze landadel hield de boerenbevolking door middel van uitbuiting en onderdrukking in het gareel.

Het Preanger koffieregime werd vanaf 1830 voortgezet in de vorm van het cultuurstelsel. Dwang was inherent aan dit stelsel waarbij de boeren niet alleen verplicht waren om de voorgeschreven arbeidsprestatie te leveren, maar ook om de eenzijdig vastgestelde vergoeding voor de producten zonder protest te aanvaarden. Dat deze opzet succes behaalde beschrijft Multatuli in zijn Max Havelaar. Breman levert met deze studie de feitelijke onderbouwing van de aanklacht door Multatuli, anderhalve eeuw geleden.

Hoe komt het dat de werking en uitwerking van het Preanger-stelsel van gedwongen koffieteelt zo lang buiten beeld is gebleven? Breman plaatst scherpe kanttekeningen bij de uitgesproken gunstige oordelen die worden geveld in de koloniale geschiedschrijving. De toon van zelfrechtvaardiging en stilzwijgen over het gebruik van dwangarbeid waarin de koloniale overheid uitblonk, is volgens Breman een opvallend element in de verdediging van de tot nu toe gevoerde politiek.

Deze studie kan beschouwd worden als een herziening van de geschiedschrijving n als een sociaalwetenschappelijke verhandeling van Multatuli’s werk.